
‘Het is belangrijk dat je niet bang bent om het trauma aan te pakken’
Bij Brijder in Alkmaar loopt een behandelprogramma dat speciaal is ontwikkeld voor cliënten die niet alleen te maken hebben met verslaving, maar ook met de gevolgen van trauma. Psycholoog Nils en GZ‑psycholoog Anneke zijn onderdeel van het vaste team dat dit traject begeleidt.
Toen Anneke en Nils drie jaar geleden begonnen met het traumaprogramma bij Brijder Alkmaar, was het nog een idee dat langzaam vorm kreeg: ‘We merkten dat veel cliënten die voor detox kwamen, ook PTSS‑klachten hadden,’ vertelt Anneke. ‘Maar omdat die trauma’s vaak niet tijdens opname behandeld konden worden, stokte het herstel of volgde terugval.’
Het werd duidelijk dat er behoefte was aan een volwaardig programma: ‘Trauma en verslaving zijn vaak sterk met elkaar verweven,’ zegt Anneke. ‘Als één op de drie cliënten een PTSS-diagnose heeft, dan is dat belangrijk dat we dat grondig aanpakken.’
Een intensief traject
Het is een intensief traject wat drie weken duurt. De eerste week staat vooral in het teken van detox, waarna twee weken volledig in het teken staan van PTSS‑behandeling. Hierbij worden EMDR en imaginaire exposure ingezet om traumatische herinneringen te verwerken. Anneke legt uit: ‘We werken dagelijks aan een ander trauma, dit doen we op een zorgvuldige manier en gebeurt stap voor stap.’
Naast EMDR en exposure is er veel aandacht voor het lichaam. ‘Trauma zit niet alleen in je hoofd,’ zegt Nils. ‘Daarom bieden we ook PMT, bootcamp, fitness en wandelen aan.’ Tijdens de wandelingen oefenen ze ook met situaties die spanning oproepen: ‘Je ziet bijvoorbeeld dat iemand eerst constant checkt of hij gevolgd wordt tijdens zo’n wandeling. Je merkt tijdens deze momenten dat cliënten de kans aangrijpen om dit te doorbreken,’ vertelt Anneke.
Snelle vooruitgang
Wat bijzonder is, is hoe snel vooruitgang zichtbaar wordt. ‘Je ziet het in gedrag,’ zegt Nils. ‘Mensen komen gespannen binnen en ontspannen steeds meer naarmate de weken voorbijgaan. Nachtmerries nemen af, ze vermijden minder en positieve herinneringen worden weer toegankelijk.’
De behandeling is teamwerk. Anneke en Nils doen samen de traumabehandeling, maar ze hebben ook PMT, de bewegingsagoog en de medische staf achter zich. ‘We overleggen meerdere keren per week,’ legt Anneke uit. ‘Omdat we allemaal in hetzelfde gebouw zitten, kunnen we snel schakelen.’
Veiligheid en vertrouwen
Het intensieve traject is vooral bedoeld voor mensen bij wie PTSS‑klachten en verslaving elkaar versterken. Vaak zijn cliënten bang om te stoppen met middelengebruik, uit angst dat de traumaklachten dan direct naar boven komen. Voor hen kan een ambulante behandeling onvoldoende veiligheid bieden. ‘Bij ons zijn cliënten opgenomen, dus er is dag en nacht ondersteuning en niemand hoeft dit alleen te doen,’ licht Nils toe.
Per keer wordt er één cliënt opgenomen met trauma klachten. Het verblijven op een detoxafdeling met anderen die geen traumabehandeling volgen is soms even wennen voor cliënten: ‘Daarin is uitleg van te voren erg belangrijk. Daarnaast maken we een goede planning zodat er aansluiting is met andere cliënten op de afdeling,’ vertelt Anneke.
Durf het gesprek aan te gaan
Wat Anneke en Nils nog willen meegeven is helder: ‘Het is belangrijk dat je niet bang bent om trauma te behandelen,’ zegt Anneke. De behandeling is vaak beter te verdragen dan cliënten vooraf verwachten. ‘We starten in principe met het trauma dat de meeste spanning oproept. Als dat eenmaal is behandeld, merken we dat het verdere proces voor cliënten vaak beter te doorlopen is.’
Na afloop van de drie weken wordt de behandeling overgedragen aan de ambulante behandelaar. ‘Vaak zien we dat de klachten al sterk verminderen en in sommige gevallen verdwijnen. Mensen hebben iets kunnen aanpakken waar ze lang omheen hebben geleefd.’ zegt Anneke.
Voor Anneke en Nils is het de vooruitgang van cliënten die het programma zo bijzonder maakt. ‘Het is mooi om te zien dat traumabehandeling in korte tijd zoveel effect kan hebben,’ zegt Nils. Anneke voegt toe: ‘Je merkt dat mensen weer vertrouwen krijgen in zichzelf en in hun omgeving.’
